We zoeken, werven en selecteren oudsten die nodig zijn om de huisfeesten te beleggen, te onderhouden en te controleren.
Inzegening van de oudste
Je kunt beginnen met een huisfeest zodra een familielid is ingezegend als oudste. Dit kan bijvoorbeeld de vader van een familie zijn, of een andere man van 50 jaar of ouder. Wanneer hij voldoet aan de Titus-check (zie onder), zegent een raad van oudsten of een apostel hem in als oudste en zendt hem met zijn familie uit.
Waarom is een oudste nodig? Romeinen 10:14-15 legt uit dat je kunt verkondigen als je bent uitgezonden. Met andere woorden, de inzegening is een voorwaarde voor het preken. Door het vieren van een huisfeest bereikt een familie het uiterste van haar wereld met het evangelie van Koning Jezus. Een oudste draagt de geestelijke verantwoordelijkheid voor tenminste één huisfeest dat wekelijks gevierd wordt.
Romeinen 10:14-15: Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.’
Verantwoordelijkheid van de oudste
Een oudste speelt de rol van een soort scheidsrechter. Zijn taak is: het Bijbelse onderwijs controleren, de ware leer van de apostelen vasthouden en bewaken en anderen aanmoedigen en corrigeren dat ook te doen (Titus 1:9). Zoals de Voedsel en Waren Autoriteit op grond van de Warenwet de verantwoordelijkheid heeft de burger te beschermen tegen vervuild of vergiftigd voedsel, zo moet een oudste op grond van de Bijbel de kwaliteit van het geestelijke voedsel voortdurend kunnen waarborgen.
Het is belangrijk dat de oudste zich realiseert dat hoewel hij een belangrijke functie heeft, hij zich bescheiden en nederig op moet stellen. Net als een voetbalwedstrijd niet van de scheidsrechter is, is het huisfeest niet van de oudste. Het hoofd van het huisfeest is Koning Jezus (Efeziërs 1:22-23) en de deelnemers aan het huisfeest zijn de leden. De oudste heeft dus een ondersteunende taak: hij ziet toe en toetst en grijpt alleen in wanneer daar aanleiding toe is. Hiervoor heeft hij drie instrumenten tot zijn beschikking:
- Controleren: Voortdurend kunnen vragen als iemand iets beweert: “Waar staat dat in de Bijbel?” om de inhoud Bijbels te houden.
- Waarschuwen: Een gele kaart geven als iemand iets onbijbels beweert.
- Ingrijpen: Een rode kaart geven als iemand zondigt, zodat dit meteen stopt.
Door het gebruik van deze instrumenten bewaakt de oudste de Bijbelse leer. Hij moet zich eveneens toeleggen op de geestelijke groei van alle deelnemers, inclusief zijn eigen ontwikkeling als oudste. Zodra iemand een bediening kan vervullen, mag de oudste deze persoon daarvoor inzegenen. Een oudste mag alleen geen andere oudsten inzegenen; dat is de taak van de apostelen.
Titus 1:5-9: Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen: onberispelijke mannen, die maar één vrouw hebben, en gelovige kinderen die niet kunnen worden beschuldigd van schandelijk gedrag en ongehoorzaamheid. Een opziener moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig; hij moet juist gastvrij zijn, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, toegewijd en beheerst. En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen.
Hulpbronnen voor de oudste
Een oudste kan voor de uitvoering van zijn taken de volgende vier middelen aanwenden:
- Documenten: East West Generation stelt aan oudsten diepgaande documenten ter beschikking over de Bijbelse regels aangaande sacramenten als doop, trouwen, inzegenen, begraven, zalven en andere onderwerpen.
- Overleg: De oudste kan indien nodig overleg voeren met andere oudsten via een forum die alleen toegankelijk is voor oudsten om op basis van gelijkheid met elkaar overleg te plegen.
- Bedieningen: Indien nodig kan een oudste ook assistentie krijgen van een specialist met een bepaalde bediening uit het team van East West Generation. Bijeenkomsten: drie keer per jaar (tijdens Pasen, Pinksteren en Loofhuttenfeest) worden speciale workshops voor oudsten georganiseerd. Daarnaast is er elk seizoen een raad van oudsten, waar overleg en afstemming kunnen plaatsvinden.
Rekenschap van de oudste
De oudste moet verantwoording afleggen aan Koning Jezus en kan door de raad van oudsten (1 Timoteüs 4:14) tot de orde geroepen worden. Tevens kan hij uit zijn ambt van oudste gezet worden als er problemen en zonde in zijn familie zijn gekomen. Het is de verantwoordelijkheid van de oudste de zonde te voorkomen door zijn instrumenten in te zetten. Indien hij dit niet of onvoldoende heeft gedaan kan hij gediskwalificeerd worden. Dit treft alleen de oudste, zoals ook de zonde in het paradijs in de eerste plaats Adam trof. Hij kan daarna niet direct opnieuw als oudste ingezegend worden; het blijft voor hem wel mogelijk zich in te zetten in een bediening.
1 Timoteüs 4:14: Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken.
De Titus-check
De Titus-check is een checklist met de 18 punten die in Titus 1:6-9 staan opgesomd over de kerntaken en vaardigheden die horen bij het handelen van geestelijk volwassenen en oudsten. Voor de duidelijkheid hebben bij elk punt het bijbehorende versnummer vermeld. Omcirkel bij elk criterium of het voor verbetering vatbaar (vvv), voldoende (vold) of goed is. Heb je op een bepaald punt “vvv” of “nee” ingevuld, licht dan toe waarom en stel voor jezelf vast wat je hieraan gaat doen en wanneer dat klaar is.
1 Petrus 5:2-4: Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u: Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt.
| Criterium Titus-check | Toelichting/motivatie: waarom is dit zo? | Actie nodig en wanneer klaar? | |||
| 1. Ben je onberispelijk? (1:6) | vvv | vold | goed | ||
| 2. Ben je man van één vrouw? (1:6) | nee | ja | n.v.t. | ||
| 3. Heb je gelovige kinderen (jonger dan 12 jaar oud)? (1:6) | nee | ja | n.v.t. | ||
| 4. Kun je niet beschuldigd worden van het hebben van kinderen (jonger dan 12 jaar oud) die tuchteloos of losbandig zijn? (1:6) | nee | ja | n.v.t. | ||
| 5. Ben je niet arrogant; ben je niet trots? (1:7) | vvv | vold | goed | ||
| 6. Ben je niet opvliegend? (1:7) | vvv | vold | goed | ||
| 7. Ben je niet verslaafd? (1:7) | vvv | vold | goed | ||
| 8. Ben je niet gewelddadig? (1:7) | vvv | vold | goed | ||
| 9. Ben je niet op oneerlijke winst uit? (1:7) | vvv | vold | goed | ||
| 10. Ben je gastvrij? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 11. Heb je een voorliefde voor het goede? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 12. Ben je weldenkend? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 13. Ben je rechtvaardig? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 14. Ben je toegewijd? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 15. Ben je ingetogen? (1:8) | vvv | vold | goed | ||
| 16. Houd je vast aan de betrouwbare leer? (1:9) | vvv | vold | goed | ||
| 17. Ben je in staat anderen aan te moedigen? (1:9) | vvv | vold | goed | ||
| 18. Ben je in staat om tegensprekers van de goede leer te weerleggen? (1:9) | vvv | vold | goed |
We raden je aan deze checklist door nog twee andere personen in te laten vullen, zodat je een 360º-observatie krijgt van waar je staat. Beantwoord de vragen naar waarheid. Je bent zelf verantwoordelijk voor de consequenties van een onjuiste weergave van de werkelijkheid.