

- Getuigenis van groot persoonlijk wonder
- Bidden achterhaald
- In iedere man woont een gevaarlijke strijder
- Familieweek in Adelboden
- 3-9-2010
- 22-8-2010
- 19-8-2010
- 17-8-2010
- 4-8-2010
- 4-8-2010
Bron: KRO's Studio / st-jan.nl. Geschreven door Peter Nissen.
Katholieken zijn geen fervente bijbellezers. Bij gelegenheid van het verschijnen van de oecumenische Nieuwe Bijbelvertaling deed het KASKI, een instituut verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoek naar Bijbelbezit en Bijbelgebruik in Nederland.
Uit dat onderzoek blijkt dat onder de protestanten in Nederland vrijwel iedereen een Bijbel in huis heeft - 97 procent om precies te zijn - en onder de katholieken slechts 58 procent. Het bijbelbezit onder niet-kerkelijke christenen, humanisten en aanhangers van oosterse godsdiensten (hindoes, boeddhisten) blijkt gemiddeld zelfs nog hoger te liggen dan onder katholieken. Het is nog erger geweest. In 1974 had slechts 42 procent van de katholieken een eigen Bijbel in huis. In 1996 was dat aantal flink gestegen, namelijk naar 67 procent. Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met het feit dat in de tussenliggende periode katholieke leken actiever betrokken raakten bij geloof en kerk. In veel parochies kwamen er liturgiegroepen, waarin teksten voor vieringen werden uitgezocht.
Ook werden er her en der gespreksgroepen, catechesegroepen en Bijbelleesgroepen gevormd. Daarbij is de Bijbel onmisbaar. Katholieke gelovigen gingen zelf in de Bijbel lezen en schaften dus ook een eigen Bijbel aan. Die ontwikkeling lijkt nu over haar hoogtepunt been. Tussen 1996 en 2004 is het Bijbelbezit onder katholieken immers weer teruggelopen.
Gewoonte
Protestanten beschikken doorgaans over een grote voorraad aan parate kennis over personen en gebeurtenissen uit de Bijbel. Soms zijn enkele woorden - de aanhef van een zin bijvoorbeeld - voor hen al voldoende om een hele geschiedenis op te roepen, soms zelfs alleen de naam van het Bijbelboek en de hoofdstuk- en versnummers. De beelden en het woordgebruik van de Bijbel hebben vooral in de zwaardere flanken van het Nederlandse protestantisme zelfs de taal mee gevormd. Om daar een indruk van te krijgen, hoeft men slechts de romans en verhalen te lezen van Maarten 't Hart of de indrukwekkende en beklemmende roman Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Men kan katholieken eenvoudig in verlegenheid brengen door te vragen hoeveel psalmen er in de Bijbel staan, hoe de vrouw van Mozes heet, welke de tien plagen van Egypte zijn of in welk evangelie de opwekking van Lazarus wordt beschreven. Die kennis is in protestantse kring veel sterker aanwezig. Dat komt omdat het lezen uit de Bijbel daar een dagelijkse gewoonte is geworden. Dat lezen vindt vooral aan tafel plaats, bij de maaltijd. Die gewoonte is in de loop van de zeventiende eeuw ontstaan - voldoende reden voor ieder protestants gezin om een Bijbel in huis te hebben - en is in de zwaardere gereformeerde gezindten tot de dag van vandaag blijven bestaan. Uit een recent onderzoek onder leerlingen van een protestants-christelijke school in Veenendaal bleek dat in tachtig procent van de gezinnen daar het Bijbellezen aan tafel nog een vaste gewoonte is.
Misverstand
Katholieken zijn geen trouwe Bijbellezers. Dat is trouwens vroeger beslist niet veel beter geweest. Integendeel, als katholieken al Bijbellezers zijn geworden, dan is dat een vrij recente ontwikkeling. Petrus Leijten, bisschop van Breda, was in 1911 de eerste Nederlandse bisschop die de gelovigen aanmoedigde een eigen Bijbeluitgave aan te schaffen en er dagelijks in te lezen. 'Het lezen van de Heilige Schrift is niet noodzakelijk maar wel nuttig', zo hebben generaties katholieken tijdens de catechismusles uit hun hoofd geleerd. Het bijbellezen kreeg daarmee geen hoge prioriteit.
Het is overigens een hardnekkig misverstand dat het de gewone gelovigen door de katholieke kerk zelfs verboden werd de Bijbel te lezen. Dat is nooit zo geweest. Wel was de kerkelijke leiding bang dat door vertalingen in de volkstaal dwalingen in de uitleg van de Bijbel zouden binnensluipen. De gewone gelovigen beheersten nu eenmaal niet de grondtalen van de Bijbel en zij kenden ook onvoldoende Latijn om de door de kerk gebruikte vertaling in die taal, de Vulgaat, te kunnen lezen. Daarom waren ze aangewezen op vertalingen in de volkstaal. Die waren er in het Nederlands al vanaf de veertiende eeuw. Maar toen in de Reformatie iedereen zich de tekst van de Bijbel eigen maakte, schrok de leiding van de katholieke kerk. Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) verbood zij daarom het gebruik van Bijbeluitgaven die niet kerkelijk goedgekeurd waren. En voor het lezen van de Bijbel in een volkstaalvertaling was vanaf 1559 een speciaal verlof nodig, een beperking die pas in 1897 door paus Leo XIII werd opgeheven. In de loop van de twintigste eeuw zijn de pausen het lezen van de Bijbel steeds sterker gaan aanbevelen. En het Tweede Vaticaans Concilie moedigde in 1965 'alle christengelovigen met bijzondere nadruk aan' om vaak in de Bijbel te lezen. 'Want wie de Schrift niet kent, kent Christus niet', zo citeerden de concilievaders de kerkvader en bijbelvertaler Hieronymus.
Stereotypen
In vroeger eeuwen moedigde de katholieke kerkleiding het zelfstandig lezen van de Bijbel niet aan. Maar dat betekent niet dat de Bijbel voor de gewone gelovigen een gesloten boek bleef. Teksten uit de Bijbel werden immers dagelijks voorgelezen in de liturgie en ze werden afgebeeld in de kerkelijke kunst. En daarmee is het belangrijkste verschil tussen katholieken en protestanten aangegeven. In de religiebeleving van protestanten overheerste het woord, in die van katholieken overheersten het beeld en het ritueel. Het zijn stereotypen, maar ze helpen om verschillen te benoemen: protestanten geloofden met het verstand, katholieken met de zintuigen. Bij beiden is de Bijbel aanwezig, maar niet met dezelfde directheid en intensiteit. In de katholieke religiebeleving was de Bijbel indirect en bemiddeld aanwezig, via de weg van de verbeelding. In de protestantse religiebeleving kwam de Bijbel direct zelf aan het woord. Daarom zijn protestanten bij een quiz over de Bijbel onmiskenbaar in het voordeel.